|
|
|
Op het moment dat alle zuurstof uit het wort is verdwenen, zal de citroenzuurcyclus niet meer plaatsvinden en de verdere oxidatie van pyrodruivenzuur
door gisting gaan. Gisten zetten bij zuurstofgebrek pyrodruivenzuur om in ethanol. De alcoholische gisting bestaat achtereenvolgens uit de volgende processen: de glycolyse en alcoholvorming. Na de glycolyse
volgen de omzettingen:
pyrodruivenzuur → aceetaldehyde + 2 CO2
aceetaldehyde + NADH → ethanol + NAD
Bij alcoholische gisting ontstaan per glucosemolecuul ook slechts 2 ATP
moleculen, terwijl aceetaldehyde fungeert als laatste waterstofacceptor. Bovendien ontstaan er per pyrodruivenzuurmolecuul 2 CO2 moleculen. Vergeleken met de aërobe dissimilatie, wordt hier
lang niet alle in de glucose aanwezige energie vrijgemaakt.
De gisting van pyrodruivenzuur naar ethanol vindt plaats in het cytoplasma.
Melkzuurgisting
Er is nog een type gisting, namelijk de melkzuurgisting. Bij melkzuurbacteriën is de volledige omzetting van glucose in CO2 en H2O onmogelijk. De cel volstaat dan met de afbraak
tot melkzuur, een organische verbinding die nog veel energie bevat. De melkzuurgisting bestaat uit de glycolyse gevolgd door de melkzuurvorming. De glycolyse is gelijk aan die bij de aërobe dissimilatie;
er ontstaat dus 2 ATP, 2 NADH en 2 pyrodruivenzuur. Dit wordt gevolgd door:
pyrodruivenzuur + NADH → melkzuur + 2 ATP
Ook bij melkzuurgisting ontstaan per glucosemolecuul 2 ATP moleculen en ook dit proces levert veel minder energie op dan aërobe dissimilatie, het eindproduct is namelijk nog energierijk.
|
|