|
|
|
Organische zuren hebben de volgende kenmerk:
|
Zuurgroep
|
Deze groep wordt in de structuren vaak aangegeven als COOH.
Een aantal bekende voorbeelden van organische zuren zijn:
|
|
|
Azijnzuur
|
Boterzuur
|
Benzoëzuur
|
Deze zuurgroep zorgt ervoor dat de verbinding een soort reactie aangaat met water,
waardoor de zuurgraad toeneemt, en dus zuur wordt.
R-COOH + H2O
R-COO- + H3O+
Wat we zien in de bovenstaande reactie is dat de zuurgroep een waterstof, H, afstaat
aan water, waardoor het elektrisch positief geladen H3O+ onstaat.
Deze H3O+ maakt de oplossing zuur. Als we met een zogenaamd
pH papiertje de zuurgraad van azijn meten, dan meten we eigenlijk de concentratie
aan H3O+. Met de pijltjes die beide richtingen uitwijzen,
wordt aangegeven, dat de reactie in twee richtingen kan verlopen. Dat houdt in,
dat een H3O+ ook met kan reageren, waarbij R-COOH en water
(H2O) ontstaat. We noemen dit een evenwichtsreactie. Sterke zuren, zoals
zoutzuur (HCl), zullen nagenoeg alle waterstof afstaan, we zeggen dan dat de reactie
heel ver naar rechts ligt in de reactievergelijking. In dit geval wordt dan alleen
een pijl van links naar rechts weergegeven:
HCl + H2O → Cl- + H3O+
pH
De zuurgraad wordt uitgedrukt in pH. De pH is gelijk aan de negatieve logaritme
(met grondtal 10) van de concentratie waterstofionen (H3O+).
De eenheid van concentratie is hierbij mol/liter. In formulevorm:
pH = -log[H3O+]
De pH-schaal is een logaritmische schaal die voor waterige oplossingen praktisch
loopt van 0 tot 14. De pH van een neutrale waterige oplossing ligt bij kamertemperatuur
rond de 7.
Lager dan 7 betekent dat de oplossing zuur is. Daarbij geldt, hoe zuurder een oplossing
is (hoe meer H3O+), hoe lager de pH-waarde wordt. De sterke
zuren hebben dus lagere pH dan de zwakke organische zuren.
Boven 7 wil zeggen dat de oplossing basisch is, deze oplossingen worden ook wel
logen (enkelvoud: loog) genoemd. Waarden beneden 0 en boven 14 zijn mogelijk, geconcentreerde
zuren en logen. Deze oplossingen zijn over het algemeen zeer gevaarlijk.
|
|