|
1
|
Verwarm een hoeveelheid water in de maischketel tot 55 °C. De hoeveelheid is afhankelijk van de stort. Ik gebruik 2 liter water per kilo mout. Dit geeft een beslag die goed te roeren is.
Er wordt ook wel eens vermeld, dat met een dunner beslag, droger bier wordt bereikt. Een goede verklaring hiervoor heb ik nooit gelezen, en bovendien heb ik nooit enig effect gemerkt. Het is beter om
maar met één variabele te experimenteren. Beter is het dan om met verschillende temperatuurschema's te werken.
|
|
2
|
Het geschrote mout wordt, onder goed roeren, aan het water toegevoegd. Door toevoeging van het mout daalt de temperatuur een paar graden tot ongeveer 51° à 52 °C. Zorg door verwarming, dat het beslag
op precies 52 °C komt.
|
|
3
|
Laat het beslag gedurende 10 à 15 minuten bij 52 °C staan. Om de maischketel op temperatuur te houden, kan deze in een hooikist worden gezet. Ook een deken of slaapzak kan voldoen.
|
|
4
|
Voor elke volgende verwarmingsstap, het beslag verder opwarmen tot de gewenste temperatuur, en weer laten rusten voor een bepaalde tijd.
|
|
5
|
Voordat opgewarmd wordt naar 78 °C, eerst de jodiumproef uitvoeren. Indien deze negatief is (kleur blauw), dan de laatste temperatuur nog eens 15 minuten aanhouden, en deze stap nogmaals doen.
|
|
6
|
Opwarmen tot 78 °C.
|